Leven met afval – over mensdieren en plaagdieren in de stad.

Op Crosscomix hebben we het project ‘Afval op pootjes’ gepresenteerd – een samenwerking van Drawing the Times met tekenaars Mark Schalken, Merel Barends, Tania A. Cardoso en auteur en historicus Guido van Hengel. In deze blogpost legt Guido van Hengel uit wat het project precies behelst, en waarom we er mee begonnen zijn, en hoe we het uitgevoerd hebben en hoe de resultaten gelezen kunnen worden.

Tânia Cardoso, Merel Barends, Mark Schalken

Aanvankelijk heette het project ‘Ongedierte’, een titel die we als werktitel gebruikten. Vanaf het begin deelden we onze fascinatie voor de dieren die niet binnen de stedelijke orde passen, maar tegelijkertijd absoluut stadsdieren zijn. Daarbij dachten we aan kleine knaagdieren zoals muizen en ratten, maar vooral ook aan het gewenste en ongewenste gefladder (en gepoep!) in de lucht, van bijvoorbeeld stadsduiven en halsbandparkieten.

De bedoeling was niet om gewoon wat leuke strips over dieren te maken. Dit was een project voor graphic journalism – een genre dat uitnodigt om op verschillen niveaus na te denken en te kijken, en daarop te reflecteren. Het maakproces was tegelijkertijd ook een onderzoek an sich: naar beeld, verbeelding, stereotypen en de geschiedenis en archeologie van gemedialiseerde beelden.

Merel Barends
Tânia Cardoso
Mark Schalken

Neem de halsbandparkieten! In veel Nederlandse steden zie je ze overal, vooral nu (in september), wanneer alle jonge vogels hun nesten verlaten hebben. Het gekrijs is niet van de lucht, en je ziet ze in bonte groepen langsvliegen.

Sommige mensen haten ze, anderen vinden ze leuk en voeren ze. Tijdens een wandeling door Den Haag onderzochten Tânia A. Cardoso en ik waar de vogels zich bevinden en hoe ze zich door de stad bewegen. Als uitgangspunt voor het uiteindelijke verhaal, zoals het geworden is, namen we een klein krantenbericht. Halsbandparkieten saboteerden de renovatie van de Tweede Kamer – het centrum van de macht. Kon het symbolischer? We wilden dit er toch niet al te dik bovenop leggen, en maakten een verhaal waarin de problemen met halsbandparkieten werden uitgelicht vanuit het perspectief van woningbouw, architectuur en ruimtelijke ordening.

Tânia Cardoso

Het hielp dat Tânia een achtergrond heeft in architectuur, en zo kon ze haar eigen research en kennis gebruiken in het analyseren van de problematiek van de halsbandparkieten in Den Haag, als casus voor een groter probleem.

Want wat is het grotere probleem? Dit heeft ook zeker met beeldvorming te maken. Niet alleen beeldvorming van dieren, maar ook van steden als ruimtes waarin bepaalde codes en normen gelden. Deze beeldvormingsanalyse hebben we uitgevoerd met Merel Barends aan de hand van de duiven, als casus.

Veel duiven in de stad zijn voormalige huisduiven, die ergens onderweg zijn weggevlogen en zijn achtergebleven in de stadse jungle.

Merel Barends

We wilden specifiek de beeldvorming analyseren. Daarmee gebruik je ook het potentieel van ‘graphic journalism’ – met een nadruk op het visuele. Welke beelden van duiven blijven bij ons hangen? En wat is de achtergrond van die beelden? En waar komen die beelden vandaan? Als historicus dook ik in de geschiedenis van duivenbeeldvorming en samen met Merel analyseerden we de geschiedenis van mensen en duiven die helemaal teruggaat tot in de neolithische revolutie toen mensen zich vestigden om graan te verbouwen. En de duiven zich voegden in de niche die ontstond – en een graantje meepikten.

Merel Barends

Als veldwerk dook Merel in de wereld van de duivenredders, die in bijvoorbeeld Amsterdam de duiven die hun pootjes hebben verstrikt in haren, garen en andere draden (dit heet: stringfoot), te verlossen. Ze nam deel aan verschillende workshops, zoals van SOS Duif.

Dat duiven al sinds de jaren zestig ‘ratten met vleugels’ worden genoemd, of ‘vliegende ratten’, deed ons beseffen dat we ook aandacht moesten besteden aan het laagste, meest gehate stadsdier, dat het nieuws meestal in negatieve zin domineert: de rat.

Het onderzoek naar de rat was aanvankelijk vooral visueel. Mark Schalken woont in Amsterdam en zag overal dode ratten liggen. Veelal worden die vergiftigd, maar sommige worden ook doodgereden. Veel ratten bevechten elkaar ook. Hoe dan ook: Mark zag veel dode ratten liggen, fotografeerde ze, en tekende ze.

Deze ‘close-ups’ van ratten betekende ook dat hij een veel intiemer beeld kreeg van de (dode) dieren. Een detail dat hem opviel waren de prachtige handjes van de ratten, heel subtiel en fragiel. Door op een aandachtige manier te kijken naar de ratten, en geconcentreerd te kijken naar hoe de dieren er eigenlijk uit zien, kantelde het beeld ook.

En dan heb ik het over het gemedialiseerde beeld. Voor de strip over de ratten hebben we ook nagedacht om op een meta-niveau te spelen met de beeldvorming van ratten. Vaak wordt er over ratten gesproken in termen van ‘oorlog’ en ‘invasie’ en ‘plaag’ – en net als bij de duif zit daar een lange geschiedenis achter. Dat zie je ook terug in het uiteindelijke ontwerp van de strip, een zeker gevoel van chaos en verloren controle.

Mark Schalken

Voor het onderzoek deden Mark en ik ook mee aan de uiterst sympathieke ‘rattensafari’ van Maarten Bel en Niek Hilkmann, in Rotterdam. Met deze tour door ‘Ratterdam’ proberen ze aandacht te vragen voor het leven van de rat in de stad, hun leefwijzen en hun leefgebied, en de clichés te scheiden van de waarheden over hun bestaan. De tour was niet alleen interessant vanwege het rattenspotten, maar ook om opnieuw na te denken over hoe mensen denken over ratten.

Foto: Rattensafari in Rotterdam

Door een gesprek met Nederlands bekendste ratten-expert Maite van Gerwen kwam ik ook op verschillend onderzoek (van onder andere de universiteiten van Utrecht en Wageningen) waaruit blijkt dat veel mensen ratten niet per se problematisch vinden, maar dat er verschillen zijn in waar ze ratten kunnen spotten. Kort gezegd: een rat in het park is minder problematisch dan in de keuken. Deze nuance spreekt voor zich, maar brengt opnieuw de vraag naar boven hoe de private en openbare ruimte van een stad gedeeld wordt met andere wezens. Is het niet interessanter om na te denken over een stad waar mensen, maar ook andere dieren zich thuis kunnen voelen? En hoe kun je daarop reageren in planning en architectuur?

Het grafische, artistieke, historische en mediale onderzoek bracht ons uiteindelijk bij de belangrijkste inzichten, en die gingen over afval. De werktitel ‘ongedierte’ had inmiddels plaatsgemaakt voor ‘pets or pests?’, maar in het Nederlands kozen we uiteindelijk voor ‘Afval op pootjes’.

Want houden vooral de duiven en de ratten, maar ook de halsbandparkieten ons niet een spiegel voor? Door ons te wijzen op het afval, dat we overal achterlaten? Een gesprek met filosoof Lisa Doeland bracht hierin nog wat meer diepgang. Ze is onlangs afgestudeerd op het thema van afval, en pleit ervoor om op een andere manier na te denken over afval. Afval verdwijnt niet, het blijft bij ons.

In zekere zin is ‘Afval op pootjes’ een verwijzing naar twee inzichten. Ten eerste de levensgevaarlijke neiging in menselijke samenlevingen (vooral in de politiek en de media) om levende wezens – meestal outsiders of gemarginaliseerde groepen – tot ‘afval’ te bombarderen, en daarmee te elimineren. Dit is een thema dat we vooral hebben uitgewerkt in de strip over de duiven – met een verwijzing naar het werk van de Brits-Poolse socioloog Zygmunt Bauman (auteur van onder andere Wasted Lives en Liquid Modernity). Maar ten tweede verwijst ‘Afval op pootjes’ ook naar de ecologische implicatie van ons afval. Wat weggegooid is, is niet weg. Het komt bij ons terug. En dat tonen de ‘pest animals’ die ons afgelopen maanden hebben vergezeld en geïnspireerd bij ons onderzoek.

Het resultaat betreft drie verhalen: ‘Wat zien we in duiven?’, ‘Vreemde vogels’ (binnenkort online te lezen) en ‘Ratten lezen de stad’ (binnenkort online te lezen). Ze vormen een drieluik. Hopelijk inspireren ze de lezer om anders, en vanuit een ander perspectief naar de stad, de straat en de samenleving te kijken.

Het plan is om dit project verder uit te werken. Wie interesse heeft in samenwerking, die melde zich!